Koppelingen
Twee glasvezelkabels verbinden, een doorvoer maken in een patchpaneel of een wanddoos afwerken. Een glasvezelkoppeling is het kleine component dat grote installatieproblemen oplost. Eenvoudig maar onmisbaar in de praktijk. Lees verder
Wat is een glasvezel koppeling en wanneer gebruik je hem?
Een glasvezel koppeling wordt ook wel coupler of adapter genoemd. Hij verbindt twee glasvezelconnectoren mechanisch en optisch met elkaar. Je gebruikt een koppeling als je twee patchkabels aan elkaar wilt verbinden, als je een doorvoer wilt maken in een patchpaneel of wanddoos, of als je een glasvezelconnector wilt aansluiten op een apparaat met een ander connectortype via een tussenstap.
In tegenstelling tot een las, die een permanente verbinding maakt, is een koppeling een demontabele verbinding. Dat maakt koppelingen ideaal voor plekken waar je flexibiliteit nodig hebt: patchpanelen, wanddozen, veldkoppelingen en test- en meetopstellingen.
Elke koppeling betekent een kleine hoeveelheid signaaldemping, doorgaans tussen 0,1 en 0,5 dB. Dat is acceptabel voor de meeste installaties, maar bij langere verbindingen met meerdere koppelingen telt het op. Beperk het aantal koppelingen in een verbinding daarom tot het noodzakelijke minimum.
Welke uitvoeringen koppelingen zijn er?
Onze glasvezel koppelingen zijn verkrijgbaar voor singlemode en multimode glasvezel, in de volgende configuraties:
Transmissiemodus:
- Simplex: één vezel per koppeling. Gebruik je bij simplex patchkabels of wanneer je per vezel afzonderlijk wilt koppelen.
- Duplex: twee vezels per koppeling in één behuizing. De standaard voor duplex patchkabels waarbij beide vezels van een verbinding tegelijk worden doorgegeven.
- Quad: vier vezels per koppeling in één behuizing. Efficiënt wanneer je vier vezels op een kleine oppervlakte wilt koppelen, zoals bij parallelle transmissie of high-density patchpanelen.
Connectortype:
- LC: de meest compacte connector, standaard in moderne installaties met hoge poortdichtheid. Beschikbaar in simplex, duplex en als LC 4-voudig.
- LC 4-voudig: vier LC-verbindingen in één compacte behuizing. Ideaal voor high-density patchpanelen en omgevingen waar maximaal ruimtegebruik per hoogte-eenheid vereist is.
- SC: robuuste push-pull connector. Beschikbaar in simplex en duplex. Veel gebruikt in bestaande installaties en bij apparatuur met SC-poorten.
- ST: bajonnetconnector voor legacy-apparatuur en oudere installaties. Beschikbaar in simplex uitvoering.
- E2000: hoogwaardige connector met geïntegreerde stofkap die automatisch sluit bij ontkoppeling. Standaard in telecom en FTTx-omgevingen. De keuze voor installaties waar connectoren regelmatig worden losgekoppeld of in stofrijke omgevingen worden gebruikt.
Kleurcodes
Onze koppelingen zijn verkrijgbaar in diverse kleuren. De kleuren volgen de internationale standaard voor glasvezelcomponenten: blauw of beige voor UPC-gepolijste connectoren (singlemode en multimode), groen voor APC-gepolijste connectoren (singlemode SC/APC en LC/APC). Het gebruik van de juiste kleur per koppeling helpt bij het voorkomen van verkeerde aansluitingen en maakt een kleurgecodeerde installatie mogelijk.
Wat heb je verder nodig bij glasvezel koppelingen?
Koppelingen worden gebruikt in combinatie met patchkabels, patchpanelen en wanddozen. Voor een professionele installatie in een serverkast zijn glasvezel patchpanelen met keystone-compatible slots ideaal in combinatie met losse koppelingen. Zo bouw je een flexibel patchpaneel waarbij je het connectortype per poort kunt aanpassen.
Gebruik je koppelingen voor het verbinden van singlemode glasvezelkabels, kies dan altijd voor een koppeling met UPC of APC polijsting die overeenkomt met de polijsting van de connector. Meng je UPC en APC in één verbinding, dan ontstaat extra verlies door het verschil in slijpvlakhoek, een veelgemaakte fout die in de praktijk lastig te diagnosticeren is.
Experttip: elke extra koppeling kost dempingsbudget, reken dat vooraf doorBij glasvezelkoppelingen geldt een simpele vuistregel: hoe minder koppelingen in een verbindingsketen, hoe beter. Elke koppeling voegt gemiddeld 0,3 dB dempingsverlies toe én een extra punt van potentieel falen.
Een veelvoorkomende situatie: een kabel is vijftig centimeter te kort en een installateur lost dat op met een koppeling en een korte verlengkabel. Dat werkt, maar voegt twee extra connectorovergangen toe. Bij een eenvoudige korte verbinding is dat verwaarloosbaar. Bij een verbinding die al dicht tegen zijn maximale dempingsbudget zit, bijvoorbeeld lange afstand, veel lassen of oudere transceivers, kan dat de ene decibel zijn die de verbinding onstabiel maakt.
De professionele aanpak: bereken vooraf het totale dempingsbudget van elke verbinding door alle lassen, koppelingen en kabeldemping op te tellen en te vergelijken met de ontvangstspecificaties van je transceiver. Houd minimaal 3 dB marge aan. Is de marge krap, vervang dan de koppeling plus verlengkabel door één langere patchkabel en elimineer de tussenstap volledig. |
Glasvezel koppelingen kopen bij Serverkast.nl








































