Lascassettes
Een fuselas is pas zo sterk als de bescherming eromheen. Een lascassette beschermt je lassen, organiseert je vezels en vormt de professionele kern van elke vaste glasvezelinstallatie. Zonder goede lascassette is je installatiewerk kwetsbaar. Lees verder
Wat is een lascassette en waarom is die onmisbaar?
Een lascassette ken je misschien onder de naam spleißbox of splice tray. Dit is de behuizing waarin glasvezellassen worden opgeslagen, beschermd en georganiseerd. Na het fusielassen van een vezel aan een pigtail of aan een andere vezel, wordt de las opgeborgen in de lascassette. Zonder die bescherming is een glasvezellas extreem kwetsbaar: de dunne glasvezel breekt bij de kleinste mechanische belasting, en een beschadigde las leidt tot signaalverlies of een volledige verbindingsonderbreking.
Een lascassette doet drie dingen tegelijk:
- het beschermt individuele lassen via lasbeschermers,
- het organiseert de vezels met de juiste buigradius zodat er geen onnodige stress op de glasvezel staat, en
- het maakt de installatie overzichtelijk en toegankelijk voor onderhoud en uitbreiding.
Wat heb je nodig voor een werkende lascassette?
Voor het afwerken van de kabels in een lascassette heb je een aantal onderdelen nodig:
- 2 x 12 lashouders: ruimte voor in totaal 24 lassen per cassette. Elke lashouder houdt de lasbeschermer op zijn plaats en voorkomt dat de las beweegt of buigt.
- Afdekplaat: sluit de cassette af na het plaatsen van de lassen. Beschermt de inhoud tegen stof, vocht en mechanische invloeden van buitenaf.
- Krimp lasbeschermers 45 mm en 60 mm: een krimp lasbeschermer is een krimpkousje dat over de las wordt geschoven vóór het lassen en daarna met warmte wordt gekrompen. Het kousje beschermt de kwetsbare laszone mechanisch en beschermt de glasvezel tegen vocht en corrosie. De twee lengtes van 45 en 60 mm passen op verschillende kabeltypes en lasposities. Gebruik 60 mm voor dikkere kabelmantels of wanneer je meer beschermlengte nodig hebt.
- Krimp lashouder zwart: houdt de gekrompen lasbeschermer vast in de cassette en voorkomt dat de las schuift of loslaat.
- Adapter voor ANT lasbeschermer tool: voor gebruik met een ANT lasbeschermer tool, een gespecialiseerd verwarmingsapparaat dat krimp
lasbeschermers snel en gelijkmatig krimpt. De adapter zorgt dat de lasbeschermer correct gepositioneerd wordt tijdens het krimpen.
Hoeveel lascassettes heb ik nodig?
Dat hangt af van het aantal vezels in je installatie. Een kabel met 12 vezels vult één cassette volledig. Gebruik je pigtails per 12 stuks, dan sluit de hoeveelheid perfect aan. Bij een 24-vezelskabel heb je twee cassettes nodig, enzovoort.
Wat heb je verder nodig bij lascassettes?
Lascassettes worden altijd gebruikt in combinatie met singlemode of multimode pigtails en een glasvezel patchpaneel. De pigtails worden gelast aan de inkomende vezel en opgeborgen in de cassette. Vanuit de cassette komen de connectoren uit op het patchpaneel, van waaruit je met patchkabels verbinding maakt naar actieve apparatuur.
Voor het uitvoeren van het laswerk heb je glasvezel gereedschap nodig: een fusielasmachine, glasvezel striptang en kevlarschaar. Gebruik je singlemode glasvezel of multimode glasvezelkabels in je installatie, de lascassette is voor beide typen geschikt. De cassettes worden verwerkt in een glasvezel patchpaneel dat in een serverkast wordt gemonteerd.
Experttip: buig je vezels altijd met de minimale buigradius in de cassetteDe manier waarop je vezels in een lascassette organiseert, heeft direct invloed op de signaalkwaliteit van je installatie. Na het lassen moeten de overtollige vezellengte en de aansluitende pigtails netjes worden opgewonden in de cassette. Daarbij geldt een minimale buigradius. Voor de meeste glasvezels is dat minimaal 30 mm.
Wordt de vezel in een te scherpe bocht gelegd, wat snel gebeurt als je te veel vezellengteoverschot probeert op te bergen in een kleine cassette, dan ontstaat macrobending. Dat is een meetbare verhoging van de signaaldemping die niet zichtbaar is met het blote oog maar wel aantoonbaar is met een OTDR. In het ergste geval leidt het op de lange termijn tot vezelfalen.
De praktische aanpak: knip overtollige vezellengtes vóór het lassen terug tot het minimum dat nodig is voor comfortabel werken in de cassette. Dat is doorgaans zo'n 10 tot 15 cm per vezel. Leg vezels in de cassette altijd in losse, ronde bochten en gebruik de ingebouwde vezelgeleiders. Meet na het sluiten van de cassette altijd de demping van alle vezels met een optical power meter. Wijkt één vezel af, open de cassette dan en controleer of de vezellayout de oorzaak is. |
Glasvezel lascassettes kopen bij Serverkast.nl






