OM5
OM5 multimode glasvezel vereenvoudigt 100 Gbit/s migratie drastisch. Via wavelength division multiplexing gebruik je de bestaande duplex infrastructuur vier keer intensiever. Installeer deze gebruiksklare kabels zonder downtime of specialistische kennis. Lees verder
Wat OM5 anders maakt dan andere multimode vezels
OM5 multimode glasvezel pakt datatransport anders aan dan andere multimode kabels. Vroege glasvezelnetwerken, OM1 en OM2, hadden relatief grove vezelkernen van 62.5 micron. Later verkleinde men dat bij OM3 en OM4 naar 50 micron voor betere prestaties. Elke generatie ging sneller en verder, maar allemaal gebruikten ze één golflengte per vezel: 850 nanometer voor multimode.
OM5 breekt met dit patroon. In plaats van alleen sneller op 850nm te worden, optimaliseert OM5 voor vier golflengtes tegelijk: 850, 880, 910 en 940 nanometer. Dit heet SWDM, shortwave wavelength division multiplexing. Elk van deze golflengtes gedraagt zich als een apart kanaal door dezelfde glasvezel. Vergelijk het met vier radiozenders die tegelijk door één antenne uitgezonden worden op verschillende frequenties.
Het praktische resultaat: waar OM4 acht vezels nodig heeft voor 100 Gbit/s via 100GBASE-SR4, volstaan bij OM5 twee vezels via 100G-SWDM4. Dit heeft grote gevolgen voor je infrastructuur. Minder vezels betekent dunnere kabelbundels, meer ruimte in kabelgoten, minder complexe routing, en vooral: simpelere installatie en onderhoud.
Een belangrijk technisch detail: OM5 specificeert niet alleen bandbreedte op 850nm zoals OM3/OM4, maar biedt minimaal 3500 MHz·km op alle vier SWDM-golflengtes. Deze effectieve modale bandbreedte zorgt ervoor dat signalen scherp blijven over de hele afstand. Bij OM3 kabels zouden de signalen op 910 en 940nm te veel vervagen, SWDM werkt dan niet betrouwbaar.
De lime-groene mantelkleur signaleert deze SWDM-capaciteit direct. In patchkasten met kabels van verschillende generaties zie je meteen welke bekabeling toekomstbestendig is. Dit voorkomt verwarring en fouten.
Welke connector past bij jouw netwerkomgeving
LC duplex
LC duplex connectoren zijn de default keuze voor bijna alle moderne glasvezelinstallaties. Waarom? Ze combineren kleine afmetingen van 6.25mm breed met een betrouwbaar click-mechanisme. Dit maakt high-density patchpanelen mogelijk: 96 poorten in één rack unit. Voor datacenters waar elke centimeter telt, is dit cruciaal. De connector werkt intuïtief: een klik betekent goed contact. Technisch personeel dat gewend is aan RJ45 UTP-kabels, herkent een succesvolle aansluiting hoerdoor direct.
Let wel op: het plastic clipje is de zwakke schakel. Bij schuin trekken of haken achter andere kabels breekt het af. De connector blijft functioneren maar zit niet meer vast en kan bij trillingen of beweging losraken. Preventie is simpel: train je team om altijd de connector zelf vast te pakken en niet aan de kabel te trekken.
SC duplex
SC duplex connectoren zijn stevige glasvezelconnectoren. De grotere vierkante behuizing van 12.5mm zonder uitstekende clips, houdt beter stand in zware omstandigheden. Fabrieksomgevingen met stof, serverracks die regelmatig bewegen, buitenkasten met temperatuurschommelingen; daar excelleert SC. Het push-pull systeem werkt ook met werkhandschoenen. Trade-off: maximaal 48 poorten per rack unit. SC vraagt dus dubbele rackspace vergeleken met LC.
ST connectoren
ST connectoren zijn de oude garde maar nog altijd functioneel. De ronde bajonetaansluiting met twist-to-lock mechanisme is mechanisch superieur en blijft ook bij trillingen zitten. In legacy installaties voor gebouwautomatisering, CCTV of oude telecom, draait ST vaak probleemloos sinds meer dan 15 jaar. Uitbreiden met ST is logisch om consistentie te bewaren.
Bouw complete glasvezelnetwerken
OM5 patchkabels vormen één component van professionele netwerken. Backbone verbindingen tussen gebouwen vragen singlemode glasvezelkabels die meer dan 10 kilometer afleggen zonder versterkers. Binnen je infrastructuur zijn glasvezelaccessoires essentieel: media converters koppelen glasvezel aan koperen apparatuur tijdens migraties. SFP mini-GBIC modules maken je switches flexibel voor verschillende snelheden en afstanden. Lascassettes houden permanente verbindingen georganiseerd en beschermd. Patchpanelen centraliseren alle connecties met overzichtelijk kabelmanagement. Glasvezelkoppelingen verbinden verschillende connectortypes of repareren beschadigde aansluitingen.
Professionele kwaliteit vereist bovendien goed glasvezel gereedschap: precisie strippers met instelbare diepte voor verschillende coatings. Kevlar scharen die aramide vezels knippen zonder bot te worden. Optical power meters die de verbinding doormeten. Fusielasmachines die permanente verbindingen maken met minimaal verlies. En reinigingssets met alcoholdoekjes en ferrule cleaners, want stof op connectoren veroorzaakt het meeste problemen.
Experttip: test je verbindingen voordat je ze definitief installeertEen veelvoorkomende fout: kabels leggen, alles netjes wegwerken met tie-wraps, documenteren, en dan pas testen. Blijkt er een kabel defect of verkeerd aangesloten, moet alles weer los. Dit kost uren extra werk en frustratie. Professionele installateurs werken anders: test direct na aansluiten, vóór het opruimen.
De simpelste testSteek beide kanten in je switches en check of de link omhoog komt. Groen lampje betekent fysieke connectie werkt. Stuur vervolgens testverkeer over de verbinding. Een snelle iperf test onthult of je volledige bandbreedte haalt. Dit kost twee minuten per verbinding maar voorkomt dat je pas weken later merkt dat een kabel ondermaats presteert.
Voor kritieke verbindingen ga je verderMeet daadwerkelijk insertion loss met een optical power meter. OM5 specificeert maximaal 2.6dB/100m op 850nm. Een 10 meter kabel zou dus maximaal 0.26dB mogen verliezen. Tel daar connector losses bij op (typisch 0.5-0.7dB totaal voor beide kanten) en je verwacht <1dB totaal. Meet je 2.5dB? Dan zit ergens een probleem: vervuilde connector, te krappe bocht, of productiedefect.
Investeer ook in een visual fault locator (VFL)Dat is een rode laser pointer voor glasvezel. Schijn hem in één kant van de kabel, kijk aan de andere kant of je rood licht ziet. Geen licht? Dan zit er een breuk of vuil. Je ziet ook precies waar breuken zitten omdat rood licht door de mantel heen schijnt bij beschadigde plekken. Dit simpele tool bespaart uren zoeken naar intermitterende problemen. |
OM5 multimode glasvezel kopen bij Serverkast.nl




























































